Examen

Praktijkexamen

Om praktijkexamen te mogen deelnemen moet je eerst in het bezit zijn van je theorie-certificaat.

Tijdens het praktijkexamen beoordeelt een examinator van het CBR of je in staat bent om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. De examinator let onder meer op je beheersing van de auto, kijkgedrag, voorrang verlenen en het rekening houden met andere weggebruikers. Hij beoordeelt je op zeven examenonderdelen, zoals het in- en uitvoegen, het gedrag bij kruispunten en de bijzondere verrichtingen.

Zo’n 10 minuten van je examen rijd je zelfstandig naar een bepaalde bestemming. De examinator kan hierbij kiezen voor het rijden naar een coördinatiepunt, het rijden met behulp van een navigatiesysteem of hij kan jou een clusteropdracht geven.

Direct na afloop vertelt de examinator in het examencentrum de uitslag en bespreekt hij de rit met je.

Als je bent geslaagd wordt je verklaring van rijvaardigheid en de verklaring van geschiktheid geregistreerd in het Centraal Rijbewijzen Register. Bij het gemeentehuis in je woonplaats kun je, tegen overlegging van een pasfoto, legitimatie en het vereiste bedrag, je rijbewijs gaan aanvragen.

Tussentijdse Toets

Vóór het praktijkexamen bestaat de mogelijkheid om een tussentijdse toets (TTT) te nemen. Om een tussentijdse toets te doen moet je wel al in het bezit zijn van een geldig theorie-certificaat.

Deze tussentijdse toets is een rijtest die verloopt als een echt examen. Het is een goede gelegenheid om alvast te wennen aan het examen en om eventuele nervositeit weg te nemen.

Een examinator van het CBR beoordeelt tijdens de tussentijdse toets hoe het met je rijvaardigheid is gesteld. Hij neemt alles onder de loep wat bij een echt examen ook getoetst wordt. Bij een positief resultaat van de bijzondere manoeuvres krijg je hier een vrijstelling voor tijdens het eerste praktijkexamen.